Netherlands_flag  United_Kingdom_flag  indonesia

De eerste Fosdisbruid

De eerste FosdisbruidIn oktober 2009 kwam Arti het Fosdihuis binnen. Een schuw en onzeker meisje van 20, angstig voor wat haar te wachten stond. Door een naar ongeluk moest haar rechterbeen onder de knie worden geamputeerd. Zij had het geluk dat haar ouders haar niet lieten vallen. Ze hebben alles wat in hun vermogen lag gedaan om de rekeningen van het ziekenhuis en het revalidatiecentrum te betalen. Arti heeft zelfs een protese gekregen, waar die mensjes uit een dorpje in de bergen hard voor moesten zwoegen. Maar toen hield het op. Wat moest er nu gebeuren. Zij is een pientere meid, maar een toekomst kon ze door haar handicap wel vergeten.

Ze werd steeds stiller en trok zich meer en meer in zichzelf terug. Onze sociale veldwerker pak Agus, heeft haar opgezocht, verteld over het Fosdis projekt en haar overgehaald om deel te nemen. Samen met nog drie meisjes en vier jongens begon zij aan de trainingen. Motivatie, zelfacceptatie en assertiviteit, de drie richtingen waar de Fosdis trainingen gewoonlijk mee beginnen. Na vier weken was Arti en heel ander meisje geworden en was er niets meer van haar schuchterheid over. Ze ontwikkelde zich als een groot stimulator voor de andere bewoners.

Tijdens de training als modiste, bleek, hoewel nog nooit achter een naaimachine gezeten, dat ze een zeer goed inzicht had in dat vak. Fosdis heeft gezorgd dat ze een goede, normaal betaalde baan kreeg en na zes maanden werd ze gepromoveerd tot manager van het atelier. Ze had me al een paar keer een sms gestuurd dat het zo fijn ging en dat ze een leuke jongen had ontmoet.

De eerste Fosdisbruid portretIn mei dit jaar ontving ik een uitnodiging om op haar bruiloft te komen. Natuurlijk ben ik gegaan en het was ontroerend hoe ik daar werd ontvangen. In het Fosdishuis geef ik als ik pulang, naar huis ga, iedereen een knuffel. Heel ongebruikelijk hier maar het blijkt erg motiverend. Arti kwam met uitgestrekte armen op mij af voor haar knuffel. Het was een hele fijne belevenis te zien hoe gelukkig ze is geworden, mede dank zij Fosdis. Moest natuurlijk iedereen de hand schudden, er was daar nog nooit een blanke geweest.

Oma was er ook, zo'n klein schriel tandeloos vrouwtje van onschatbare leeftijd, die mij van alles in het Javaans toefluisterde, waar ik geen snars van begreep. Ik geloof dat ik op tijd ja en nee heb gezegd. Na tien minuten heb ik mijn hand maar teruggevraagd.

Groetjes,
Ton van der Weij,
Jogjakarta.